| Vogelzang en vogelpraat |
| Geschreven door Redactie |
|
VOGELZANG Het orgaan dat de zang produceert en reproduceert is de keelholte met de larynx en de syrinx. De syrinx ligt op de plek waar de luchtpijp zich in tweeën splitst. Dit soort zangstrottenhoofd vinden we bij geen andere diergroep. De syrinx verschilt niet alleen qua vorm, ook het plekje en de houding, de stand, kan verschillen. Als vogels zingen wordt de lucht vanuit de longen door de syrinx geblazen en strijkt daar langs membranen die trillen en geluid voortbrengen. Door gebruik te maken van allerlei spieren die met de syrinx verbonden zijn kan een vogel zijn zang op vier verschillende manieren variëren: klank, toonhoogte, ritme en volume. Door dit te doen zijn vogels in staat een ongelofelijke variatie aan geluiden te produceren, variërend van een eenvoudige, uit één lettergreep bestaande roep tot een vogel-aria van een wonderbaarlijke complexiteit. Net als menselijke zangers hebben vogels een buitengewone mate van adembeheersing ontwikkeld door regelmatig heel kort adem te halen in plaats van diep te inhaleren, wat hun zang zou belemmeren of onderbreken. Een zingende kanarie kan tot 30 keer per seconde kort ademhalen. Wat betreft de zang is lange tijd gedacht dat onderdelen van een lied door kruising overgebracht konden worden. Na vele wetenschappelijke onderzoeken is echter gebleken dat de zang afhankelijk is van de omgeving waar de vogel opgroeit, of opgegroeid is. Maar ook dat de erfelijke bouw van de larynx en syrinx, de mond/keelholte, de lengte van de luchtpijp, e.d. een grote rol speelt om de vogel de mogelijkheid te geven zijn lied te kunnen brengen. We kunnen stellen dat de afstamming, de aanleg (kwaliteiten en talenten) en de omgeving van de zangvogels van immense invloed zijn op de bouw van het zangorgaan en de ontwikkelde zang die uiteindelijk ten gehore wordt gebracht. Wanneer je de literatuur erop naslaat, dan wordt duidelijk dat zang, net als bij menselijke spraak, is aangeleerd. Zowel bij mensen als bij vogels is er sprake van gescheiden gebieden in de hersenen, waarbij het ene deel de geluiden interpreteert en het andere deel de geluiden produceert. Ook is het zo dat als een kind of jonge vogel tot een bepaalde leeftijd geen spraak of zanggeluiden heeft gehoord, hij of zij het in de meeste gevallen nooit meer leert. Het kan voorkomen dat er tussen individuele vogels, al zijn ze afkomstig uit één nest en dezelfde voorzanger hadden, grote verschillen in zang kunnen bestaan. De interpretaties van en voorkeur voor geluiden is individueel bepaald. Door menging van het gehoorde met de zelf daarin aangebrachte variaties, kan het lied veranderen. Talent en zangkwaliteit spelen ook een rol. Het is dus zeer belangrijk dat jonge zangvogels van goede "voorzangers" de zang aanleren. In Duitsland werd de cultivering van de zang van kanaries met behulp van nachtegalen verwezenlijkt. In Engeland werd dat met behulp van de leeuwerik gedaan. In het wild heeft elke zangvogelsoort zijn eigen "lied", al kan het bij sommige soorten per individu en/of landstreek wel wat verschillen. Op die manier kunnen mensen die dat willen aan de hand van de vogelzang die ze horen, vaststellen welke vogels in een bepaald gebied huizen en wat ongeveer hun territorium is. De mannen zingen om hun territorium kenbaar te maken aan eventuele rivalen. Een uitzondering hierop is de roodborst. Van deze lijstersoort zingen ook de vrouwtjes, om dezelfde reden. IMITEREN Er zijn vogels die erg goed zijn in het imiteren van de zang van andere vogels. De blauwborst, die nauw verwant is aan de roodborst, is er één van. Een liefhebber van Europese cultuurvogels hield in de volière haakbekken en in de volière ernaast blauwborsten. Nadat de haakbekken in het vroege voorjaar naar een andere baas waren verhuisd, hoorde de vogelhouder toch nog een haakbek zingen. Het bleek dat de blauwborst, die nu werkelijk dag en nacht zong (zoals ook de nachtegaal doet), de zang van de haakbek precies nazong. En wat te denken van de door David Attenborough bekend geworden Australische liervogel. Deze vogel doet naast imitaties van geluiden van andere vogels, ook het klikken van fototoestellen, en zelfs de vernietiger van zijn leefgebied, de kettingzaag, na. VOGELPRAAT Hoe kan het dat veel kromsnavels kunnen leren praten? Een reden hiervoor kan zijn dat de bovenkaak los kan bewegen ten opzichte van de onderkaak. Hierdoor en ook omdat deze vogels een dusdanige bouw van het strottenhoofd en de luchtpijp hebben om klanken te kunnen produceren die gelijk staan aan de klanken die een mens kan produceren. Er zijn honderden soorten kromsnavels. In het wild leven zij vaak in kolonieverband. Zij imiteren elkaar en hebben een eigen "taal". Wanneer zij in het gezelschap van soortgenoten zijn zullen zij niet leren praten, al leven zij vlakbij mensen. Wanneer kromsnavels vanaf jonge leeftijd bij mensen solitair worden gehouden, kunnen zij (soms uitstekend) leren praten. Dit vergt veel geduld en aandacht. De vogel moet de mens als partner leren accepteren. De meeste solitair gehouden soorten zijn papegaaien. De grijze roodstaart staat bekend als de papegaai die het beste kan leren praten, gevolgd door de amazone papegaai. Zij bereiken qua intelligentie de leeftijd van een kind van 3 à 4 jaar. Papegaaien kunnen een hoge leeftijd van 50 jaar of ouder bereiken. Het is niet bewezen dat zij daadwerkelijk begrijpen wat zij zeggen, maar zij kunnen wel woorden verbinden aan bepaalde voorwerpen en situaties. Agaporniden (grieks voor agapein=liefkozen en ornis=vogel), ook wel dwergpapegaaien genoemd, zijn een geslacht van de kleine papegaaiachtigen. Parkieten zijn kleine papegaaiachtigen met een lange staart ten opzichte van de lichaamslengte. De grasparkiet is hiervan één van de bekendste. De naam "parkiet" is een meer algemene aanduiding voor een kleinere papegaaiachtige uit verschillende taxonomische groepen en impliceert geen nauwere verwantschap. Ook deze soorten kunnen leren "praten". Zelf heb ik in de loop der tijd verschillende mannelijke grasparkietjes gehad( men zegt dat de vrouwtjes minder leren praten, ervaring hiermee heb ik niet), die allen tam waren en konden praten. De één wat beter te verstaan dan de ander. Onze grasparkiet Pino, noemde de naam van onze hond zodra deze binnenkwam. Het grasparkietje Scooby van ons nichtje Elvira en haar man Gerton is nog geen jaar oud en heeft al een grote woordenschat. Hij is voor hen net zo kostbaar als een grijze roodstaart. Naast kromsnavels kunnen de beo (gracula religiosa), en de spreeuw, beiden spreeuwachtige van de fam. Sturnidae, en een kraaiachtige van de fam. Corvidae, zoals de ekster, de kauw, de zwarte en bonte kraai, de roek en de raaf ook leren praten. |